![]() |
|
![]() |
Criminaliteit is vaak een culturele definitie van bepaalde feiten, gegeven door instellingen, in regelgeving en wetten gegoten en overgenomen door de bevolking. Een dergelijke definitie berust op een werkelijkheidsbenadering, een wereldbeeld waarover echter zelden of nooit gereflecteerd wordt, maar dat echter veel praktische consequenties heeft. Net de fundamentele vraagstelling rond criminaliteit, samenhangend met dit wereldbeeld, vormt het uitgangspunt en het voorwerp van het onderzoek. De onderzoeksvragen die hiermee in verband staan, overstijgen de criminologische wetenschap, en sluiten aan bij andere wetenschappelijke disciplines zoals de wetenschapsfilosofie, de ethiek, de ecofilosofie, de sociologie, e.a.. Ze hangen samen met de vraag naar de mogelijkheid tot de constructie van wereldbeelden, en de betekenis van de wederzijdse interactie en samenhang tussen deze wereldbeelden en de criminologische praxis. Deze band maakt een belangrijk deel uit van het onderzoeksproject `criminaliteit en wereldbeeld'. De voor dit onderzoek ontwikkelde concepten zijn dan ook algemene filosofische concepten, die onderzocht worden binnen het criminologisch terrein. Het doel van de werkgroep `criminaliteit en wereldbeeld' is te komen tot een fundamentele criminologische theorievorming, gebaseerd op een ruimere filosofische benadering en steeds gekoppeld aan de praktijk. Het idee groeide vanuit de interesse te reflecteren op een meer fundamentele manier over de criminaliteitsproblematiek. De groeiende maatschappelijke aandacht voor criminaliteit heeft als gevolg dat er vanuit het beleid en de samenleving veel praktische vragen gesteld worden aan criminologen die hierop praktische antwoorden dienen te zoeken, en leidde tot pragmatische tendenzen binnen het criminologisch wetenschappelijk onderzoek. Onze interesse en onderzoeksinhoud gaat vooral uit naar meer fundamentele, achterliggende vragen naar het bestaan zelf van de criminaliteit.
Het onderzoek zoals tot nu toe ontwikkeld, berust op twee concepten: `verbondenheid' en `integratie-desintegratie'. Sterk samengevat, wordt met verbondenheid de ervaring van het deel zijn van een groter geheel, die een appel tot ethisch handelen oproept, bedoeld. Integratie-desintegratie is een concept dat bruikbaar is voor de beschrijving van organische processen zoals zij zich binnen de natuur, maar ook binnen de sociale context en dus ook m.b.t. criminaliteit afspelen. Hoewel verbondenheid op het eerste zicht sterk lijkt op de idee van integratie, en desintegratie op deze manier lijkt op een gebrek aan verbondenheid, zijn deze concepten erg verschillend en ontwikkeld met een ander doel. Het concept `verbondenheid' is ontwikkeld vanuit de vaststelling dat een crimineel feit altijd samenhangt met een gebroken inhoudelijke interactie tussen de dader en de benadeelde (omgeving). Met verbondenheid wordt vanuit deze achtergrond het herstel van een inhoudelijke band bedoeld (er bestaat dus wel een vormelijke band, die echter niet meer berust op een evenwichtige inhoudelijke uitwisseling, maar op het zich eenzijdig toeeigenen van de omgeving voor het vervullen van eigen behoeftes door de dader). `Verbondenheid' heeft hierbij een duidende betekenis, ter preventie van criminaliteit, maar ook in een meer algemeen ethische zin. Het concept `integratie-desintegratie', hoewel ook toepasbaar op criminaliteit als desintegratieproces, werd ontwikkeld voor de beschrijving van de organische ontwikkeling van sociale processen. Het concept werd ontleend aan de processen in de natuur, zoals ze zich voordoen als cycli van opbouw en afbraak in bijvoorbeeld de opeenvolging van de seizoenen, de cyclus van dag en nacht, het leven, enz. Het gaat dus om vorm-beschrijvingen. Deze vormbeschrijving van opbouw en afbraak is overdraagbaar naar, en toepasbaar op sociale processen. Binnen de criminologische context wordt dit model o.a. gebruikt voor de beschrijving van desintegrerende tendenzen binnen de maatschappelijke context, als ontwikkelingsproces van criminele loopbanen en criminele interacties tussen bekenden. De concepten hebben gemeenschappelijk dat ze een middel tot analyse en duiding kunnen zijn op een zelfde niveau van abstractie en veralgemeenbaarheid. Ze hebben bovendien een complementariteit die zich het duidelijkst laat illustreren op criminologisch terrein. De criminologische wetenschap en haar onderzoeksterrein, de criminaliteit en het antwoord hierop in de vorm van preventie en de strafrechtsbedeling, speelt zich af binnen een sociale (in dit geval geanalyseerd aan de hand van het concept `integratie-desintegratie') en een ethische context (geduid door het concept `verbondenheid').
De beide concepten hangen samen met twee grote interessegebieden van wijlen prof. L. Apostel: de wetenschapsfilosofie met de mogelijkheid tot de constructie van integrerende wereldbeelden, en de mogelijkheid tot een objectieve ethiek. Het concept `integratie-desintegratie' kan een bijdrage leveren tot het werk rond de constructie van een model van de gelaagde structuur van de werkelijkheid. Het concept biedt mogelijkheden tot een verkenning van de sociale laag, en bij een eerste verkenning van het lopend Clea-onderzoek lijken onder andere benamingen gemeenschappelijke inhouden te zitten. Het zou de mogelijkheid kunnen bieden om vanuit de zachtere lagen naar de hardere toe te werken, terwijl het luik van de VUB van het lopende onderzoek (onderzoekslijn L. Apostel, impulsfonds Humane Wetenschappen) nu reeds loopt in de omgekeerde richting. Het concept `verbondenheid' sluit aan bij de vraag naar de mogelijkheid tot een objectieve ethiek en de verhouding tussen de verschillende symbolische representatiesystemen binnen Europa. (onderzoekslijn L. Apostel, impulsfonds Humane Wetenschappen, onderzoeksluik K.U.Leuven). Het is een essentieel element bij de constructie van wereldbeelden. Hoewel dit element in het huidige stadium van het onderzoek rond de ontwikkeling van het model van de gelaagde werkelijkheid nog niet expliciet aan bod komt, zijn de ethische implicaties van de implementatie van wereldbeelden legio. Het onderzoek naar het concept `verbondenheid' als ethisch referentiekader sluit aan bij de parallelle werkelijkheidsbenadering van de Clea-Ucos-werkgroepen. Daarnaast vormt dit concept het studievoorwerp van de `Wetenschappelijke Werkgroep `Verbondenheid'' van Loung tak v.z.w..